Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is Nederland in een proces gekomen van ontkerkelijking en secularisering. Steeds meer jongeren groeien op zonder bekend te zijn met het Evangelie van Jezus Christus, de Bijbel of de verkondiging van de kerk. Dit betekent echter niet dat jongeren niet nadenken over religie. Er is zelfs een zekere openheid voor het spirituele, verbondenheid met magie en onverklaarbare verschijnselen.
Naarmate religie meer en meer is gaan lijken op een consumptiegoed, is er ook een ‘markt’ voor het occulte, hekserij en vormen van zwarte magie. Meer en meer wordt occultisme geëxploiteerd en acceptabel gemaakt. Jongeren krijgen de indruk dat zij hiermee risicoloos kunnen experimenteren. Op sommige scholen wordt hiervoor zelfs ruimte geboden in de godsdienstles. Wie beseft dat er een echte geestelijke werkelijkheid bestaat die via het occulte op de geest van mensen inwerkt, zal deze aandacht voor occulte praktijken allerminst als onschuldig beoordelen. De Bijbel spreekt op realistische toon over geestelijke machten die bezit willen nemen van de mens en invloed uitoefenen op de keuzes van de mens. Occulte praktijken kunnen leiden tot vormen van bezetting, waardoor mensen het stuur over hun eigen (geloofs)leven kwijt raken. Occulte praktijken zijn een bedreiging voor het geestelijk welzijn van onze samenleving.
Ook christenjongeren leven in een consumptiecultuur, waarin experimenteren met occulte praktijken een optie is. Zij kunnen hierin meegetrokken worden en niet alleen het stuur over hun leven, maar ook de Weg van Jezus Christus kwijtraken. Occulte praktijken zijn een concrete bedreiging voor het geestelijk welzijn van christelijke jongeren en voor de kerk. Voorgangers, pastoraal werkers, docenten en ouders komen hiermee tegenwoordig in aanraking, meer dan hen lief is. Jongeren die stemmen horen en in aanraking komen met vormen van magie of satansaanbidding zijn er ook in de omgeving van gemeenten. Kerken worden in hun pastorale praktijk geconfronteerd met de geestelijke en psychische schade van occulte praktijken.
Het onderzoek
Chris heeft het initiatief genomen om gericht onderzoek te doen naar deze ontwikkeling. Er wordt wel gesproken en geschreven over deze fenomenen, maar niemand weet de exacte omvang, de ernst van de problematiek, de manier waarop jongeren ermee in aanraking komen en de wijze waarop pastoraal wordt gereageerd. Willen discussies hierover in Bijbelgetrouw Nederland verder komen, dan zal moeten worden onderzocht wat er werkelijk aan de hand is. Op basis van een degelijke inventarisatie zouden christelijke organisaties en kerken verder beleid kunnen maken. Ook zouden christenen sterker staan in hun discussies met de samenleving en de overheid wanneer de problematiek in alle feitelijke scherpte op tafel zou komen. Op dit moment ontbreekt het aan enig inzicht in de feitelijke stand van zaken. Dat willen we verhelpen door het onderzoek dat we hierbij voorstellen, uitgevoerd door het lectoraat Samenlevingsvraagstukken.
Vraagstelling
De vraagstelling is meerledig:
1. Welke occulte praktijken doen zich voor in de jongerencultuur?
- Hoe komen christelijke jongeren ermee in aanraking? Welke invloed heeft de schoolomgeving hierop?
- Aan welke praktijken doen zij mee? Incidenteel of structureel?
- Is er sprake van een groeiende praktijk? Welke jongeren doen waaraan mee?
2. Wat zijn de effecten van deelname aan occulte praktijken op jongeren?
- Wat is de impact op het geestelijk leven van jongeren? Welke veranderingen treden op in hun geloofsontwikkeling?
- Wat is de impact op het psychisch functioneren van jongeren? Welke veranderingen treden op in hun psychische ontwikkeling?
3. Hoe wordt er gereageerd door opvoeders, docenten, oudsten en voorgangers?
- Worden problemen die samenhangen met occulte praktijken voldoende onderkend?
- Zijn er pastorale antwoorden gevonden op deze situatie?
4. Hoe wordt er gereageerd door hulpverleners, artsen en psychotherapeuten?
- Worden problemen die samenhangen met occulte praktijken onderkend?
- Zijn er therapeutische antwoorden gevonden op deze situatie?
Onderzoeksopzet
Er wordt gedacht aan een empirisch onderzoek met kwantitatieve en kwalitatieve elementen. Dit onderzoek zal bestaan uit vier fasen.
Eerste fase
In de eerste fase zal allereerst een heldere definiëring moeten worden gegeven van wat onder ‘occulte praktijken’ moet worden verstaan. In het algemeen gaat het om het zoeken van contact met een andere geestelijke werkelijkheid. Maar wat verstaan we daaronder en welke vormen rekenen we hiertoe? In deze fase zullen gesprekken met ervaringsdeskundigen worden gevoerd om de gedachten verder te bepalen.
Tweede fase
Hebben we de problematiek conceptueel in beeld, dan kunnen de definities operationeel worden gemaakt in de tweede fase: het ontwerpen van een enquête. De enquête wordt uitgezet onder de volgende groepen:
- Jongeren tussen 14-18 jaar (diverse scholen)
- Docenten en schoolleiders (idem)
- Voorgangers, pastoraal werkers, etc. (diverse kerkgenootschappen).
De grootste enquête is die onder jongeren zelf. Voor de onderlinge vergelijking is het goed zowel christelijke (reformatorische, gereformeerde, evangelische en protestants-christelijke) als enige niet-christelijke scholen te onderzoeken. De andere twee enquêtes kunnen kleiner van omvang blijven. Met hulpverleners en psychotherapeuten kan het beste worden doorgesproken naar aanleiding van de resultaten van de enquête.
Derde fase
Nadat de enquêtes zijn terug ontvangen breekt de derde fase aan: het verwerken en interpreteren van de gegevens. In deze fase worden gesprekken gevoerd met focusgroepen (jongeren, docenten, pastoraal werkers, hulpverleners) om het beeld compleet te krijgen.
Vierde fase
Fase vier bestaat uit het schrijven van het eindrapport. Het eindrapport bevat een weergave van de gevonden resultaten en geeft aanbevelingen hoe met de problematiek dient te worden omgegaan.
Organisatie en financiering
Het project zal worden uitgevoerd door onderzoekers van het lectoraat Samenlevingsvraagstukken. Directe verantwoordelijke is dr. R. Kuiper. Er zal een begeleidingsgroep worden gevormd met deskundigen (ca. vijf personen) die het proces volgen, kennis nemen van de resultaten en advies uitbrengen. Ook de opdrachtgever wijst iemand aan als lid van de begeleidingsgroep. Als opdrachtgever fungeert Chris te Dordrecht. Zij is eigenaar van de resultaten van het onderzoek.
Een onderzoek van deze omvang kost ca. € 25.000.
De omvang van de enquête (die naar schatting relatief groot zal zijn), de tijd die gemoeid is met het verwerken van de gegevens, het voeren van de gesprekken en het schrijven van het eindrapport zijn bepalend voor de hoogte van dit bedrag. Het onderzoek kan worden uitgevoerd in 8 à 9 maanden, maar kan pas starten wanneer het benodigde bedrag van 25.000 euro binnen is.
Helpt u mee?
Uw steun is nodig om het onderzoek te starten! Mogen we u vragen een gift te geven voor dit project? Klik hier voor de verschillende mogelijkheden waarop u ons kunt ondersteunen.
|