Waarom wordt een kind gepest?
Pesten is een groepsproces waarin diverse mechanismen werken. In dit artikel wordt meer informatie gegeven over gegevens die betrekking hebben op een slachtoffer. Tegelijk is het belangrijk te benadrukken dat een slachtoffer nooit schuldig is als het gepest wordt.
Bob van der Meer, een pedagoog die zich gespecialiseerd heeft in het onderwerp pesten, noemt vier factoren waardoor iemand gemakkelijker slachtoffer kan worden: - Anders zijn; bijvoorbeeld andere huidskleur, andere kleding.
- Bereikbaar zijn; de zondebok is het slachtoffer van het afreageren van de frustratie, zonder dat de bron van de frustratie bereikbaar is.
- Weerloos zijn (niet weerbaar zijn); alleen degene die niets terug kan doen, wordt uitgekozen als slachtoffer.
- Eerder zondebok geweest zijn: wie eenmaal alszondebok bestempeld is, kan deze cyclus maar moeilijk doorbreken.
Negatief zelbeeld Zowel meisjes als jongens die het slachtoffer van pesten zijn, hebben een grotere angst en zijn onzekerder dan kinderen die niet gepest worden. Ze zijn vaak behoedzaam, gevoelig en vallen niet op. Het slachtoffer heeft een negatief zelfbeeld. Hij ziet zichzelf als een mislukkeling, voelt zich stom en onaantrekkelijk. Vaak is hij gevoeliger en zachtaardiger, hetgeen hem kwetsbaar maakt. Anders... De gepeste kinderen zijn eenzaam en hebben meestal een geisoleerde positie in de groep. In de regel hebben ze geen enkele goede vriend. Diepte-interviews met ouders van jongens die slachtoffer van pesten zijn geweest , wijzen uit dat deze jongens vanaf heel jonge leeftijd werden gekenmerkt door een zekere behoedzaamheid en gevoeligheid. Jongens met dergelijke eigenschappen zullen waarschijnlijk moeite hebben gehad om zich in de groep leeftijdgenoten te handhaven en werden wellicht wat minder aardig gevonden door hun klasgenoten. Er zijn dus goede gronden om te veronderstellen dat deze eigenschappen ertoe hebben bijgedragen, dat zij slachtoffers van pesten zijn gemaakt.
Passieve en provocerende slachtoffers De slachtoffers van pesten kunnen worden ingedeeld in passieve en provocerende slachtoffers: - De passieve slachtoffers zijn meestal voorzichtig, gevoelig en stil. In de lagere groepen reageren ze vaak met huilen en doen niets terug als ze worden aangevallen. Hun gedrag en houding zenden als het ware uit dat zij zich angstig, onzeker en waardeloos voelen. Ze zijn niet agressief en opdringerig.
- Provocerende slachtoffers vertonen naast een angstig reactiepatroon tevens een agressief reactiepatroon. Zij hebben vaak concentratieproblemen en vertonen een gedrag dat irritatie en spanning oproept in hun omgeving. Over het algemeen zijn slachtoffers (jongens) fysiek zwakker dan gemiddeld.
Gedragingen Op grond van interviews en observaties onderscheidt Bob van der Meer zeven typen gedragingen: - Volgzaam gedrag; leerlingen voeren bevelen van klasgenoten uit.
- Sociaal ineffectief gedrag;de leerlingen zoeken contact met hun klasgenoten, maar op een hinderlijke en naïeve manier.
- Onderworpen gedrag; deze leerlingen zijn zondebok geweest in het gezin en hebben daardoor niet de sociale vaardigheden geleerd, die hen in staat stellen om zich buitenshuis te handhaven.
- Ander gedrag; deze leerlingen kenmerken zich door 'anderszijn'. Dit kan betrekking hebben op het gedrag, de motivatie, haardracht enz..
- Afkoopgedrag; deze leerlingen kopen zich vrij door middel van snoep en geschenken aan medeleerlingen.
- Klikgedrag; deze leerlingen overtreden een groepsnorm door argeloos met de docenten over medeleerlingen te praten.
- Aandachttrekkend gedrag; deze leerlingen schijnen er een genoegen in te scheppen het 'lijdend voorwerp' te zijn.
Slachtoffers en hun opvoeding Slachtoffers van pesterijen blijken in tegenstelling tot pesters geen gebrek aan liefde en zorg van hun opvoeders te ontvangen. Zij hebben in vergelijking met gewone leerlingen (jongens) een hechtere en positievere band met hun ouders, vooral met hun moeders. Problemen in de relatie tussen de ouders kunnen indirect oorzaak zijn van afwijzing door leeftijdgenoten. De problemen kunnen namelijk worden geprojecteerd op het kind, waardoor het kind als bliksemafleider binnen het gezin fungeert. Kinderen die binnen het gezin openlijk of bedekt worden afgewezen, hebben meer kans om buiten het gezin ook te worden afgewezen.
Het slachtoffer en de groep Potentiële slachtoffers van pesten voelen zich snel onveilig. Ze voelen zich niet geaccepteerd en nemen een plaats in onderaan op de hiërarchische ladder. In plaats van positieve contacten krijgen ze te maken met agressief gedrag. De groep richt haar frustratie op de zondebok in de klas. De bron van frustratie blijft buiten beschouwing. De zondebok gaat langzamerhand geloven dat het pesten een gevolg is van eigen falen.
Gevolgen voor het slachtoffer Pesten en gepest worden kan grote gevolgen hebben voor zowel de slachtoffers, de pesters als de overige kinderen. Het is onjuist om te denken dat het voor het slachtoffer niet zo erg is. Ze ervaren niet alleen de gevolgen op korte termijn, maar ook de gevolgen op lange termijn. Mogelijke gevolgen voor het slachtoffer zijn: - een negatief zelfbeeld
- een lage zelfwaardering
- faalangst
- verslechtering van de schoolprestaties
- angst om naar school te gaan
- geisoleerd raken
- onzekerheid in sociale relaties
- gevoelens van eenzaamhei
- psycho-somatische klachten en ernstige psychische problemen.
Ook op latere leeftijd kunnen slachtoffers de negatieve gevolgen zelfs nog ervaren. Ze voelen zich bijvoorbeeld snel machteloos of buitengesloten, hebben weinig zelfvertrouwen en kunnen zelfs op latere leeftijd slachtoffer van pesten worden.
Doorlezen over dit thema? De volgende boeken bieden meer informatie over het thema pesten: * Meer, B. van der, Kinderen en pesten: wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen, Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen: 1993. * Meer, B. van der, Pesten op school: wat ouders kunnen doen, Katholiek Pedagogisch Centrum, Nijmegen: 1991. * Olweus, D., Treiteren op school: omgaan met pestkoppen en zondebokken in de klas, College uitgevers, Amersfoort: 1992.
|