Het bieden van pastoraat aan allochtone kinderen en tieners
De Nederlandse samenleving is multicultureel. Iedere cultuur is uniek en kent haar eigen geschiedenis, taal, gewoonten, rituelen, opvattingen, waarden en normen. Binnen het pastoraat is het dan ook noodzakelijk om te weten uit welke cultuur een kind komt. Welke gewoonten kent die cultuur, hoe wordt het kind opgevoed en hoe denkt men over bepaalde Bijbelse principes? We spraken met Maureen Altorf - jongerenwerker, echtgenote en moeder van drie kinderen - over het bieden van pastoraat aan allochtone kinderen en tieners. De ouders van Maureen komen uit Indonesië, ze vestigden zich ruim zestig jaar geleden in Nederland. Maureen genoot een Indische opvoeding. "Ik weet dus uit eigen ervaring hoe het is om ‘anders' te zijn."
Ik- versus wij-cultuur "Een belangrijk verschil tussen de Nederlandse en Indische cultuur is het feit dat in Nederland een ik-cultuur heerst en in Indonesië een wij-cultuur", vertelt Maureen. "Zowel mijn ouders als ik moesten heel erg wennen aan de Nederlandse ik-cultuur die op veel fronten enorm botst met onze wij-cultuur." Als we verder praten met Maureen over de verschillen in culturen, blijkt de ‘ik- versus wij-cultuur' ook meteen het punt waarop de grootste uitdaging ligt in het pastoraat. Maureen: "Het kenmerk van een ik-cultuur is dat men in ‘hokjes' denkt, waarbij ieder hokje op de bres staat voor de eigen ideeën en idealen. De Nederlandse cultuur kent dan ook vele meningen, partijen, denominaties, kerkstromingen enzovoorts. In een wij-cultuur - Marrokaans, Indisch, Surinaams en Turks - spelen familiebanden een hele grote en belangrijke rol. Wat thuis gezegd wordt, weegt soms zwaarder dan wat de pastoraal werker of zelfs de Bijbel aangeeft."
Pastoraat en de wij-cultuur Maureen ziet het nogal eens misgaan als het gaat om de pastorale begeleiding van een kind uit een wij-cultuur. Maureen: "Het onbreekt pastoraal werkers vaak aan kennis en aanpassingsvermogen. Willen we kinderen en tieners uit een wij-cultuur bereiken, dan moeten we in de eerste plaats beseffen dat schaamte een belangrijke rol inneemt in deze cultuur. Je mag je ouders absoluut niet tot schande zijn en ‘de vuile was buiten hangen', dat doe je gewoon niet. Daarom vertellen deze kinderen niet snel waar ze mee zitten. Op de ouders afstappen en heel direct vragen of er wat met hun kind is - of met henzelf - doet menig ouder zelfs vertrekken uit de kerk. Dit soort vragen wordt ervaren als te confronterend en bedreigend."
Begrip en vertrouwen Het is duidelijk hoe we niet te werk moeten gaan. Maar... hoe bereiken we deze kinderen en hun ouders dan wel? "Een maaltijd houden met elkaar is een goede manier om je betrokkenheid bij en interesse in de ander te tonen", legt Maureen uit. "Het biedt de ruimte om elkaar op een ontspannen manier te leren kennen en er zal een stuk vertrouwen groeien." Je verdiepen in een cultuur, daarover lezen en vragen stellen, is trouwens ook een goede optie. Maureen: "Op internet is veel informatie te vinden over de kenmerken en gewoonten van verschillende culturen. Als je je hierin verdiept en er vervolgens vragen over stelt, dan toon je interesse en de behoefte om de ander te willen begrijpen. Dat wordt zeker gewaardeerd! Een ander belangrijk punt is het feit dat je de kinderen bereikt via hun ouders. Weet je het hart van de ouders te bereiken, dan zal het kind ook sneller zijn of haar hart voor jou durven openen." Ga je op deze manier met mensen uit een wij-cultuur om, dan zul je langzaam maar zeker door hen worden geaccepteerd. "Het kost wat tijd, maar uiteindelijk zal het voor hen - en voor jou - voelen alsof je één van hen bent geworden."
Wees creatief! Het maken van de juiste culturele vertaalslag, vraagt een stuk creativiteit en aanpassingsvermogen van de pastoraal werker. "Creatief zijn in het vertalen van Gods principes naar een andere cultuur, is overigens iets anders dan Gods waarheid aanpassen", zegt Maureen. "Gods principes blijven hetzelfde. Je moet ze in sommige gevallen alleen op een andere manier communiceren". Als we Maureen vragen naar een Bijbeltekst om haar verhaal te onderbouwen, hoeft ze niet lang na te denken. "Lees Psalm 67 vers 1-7 maar eens", is haar antwoord. "Er ligt voor Nederlandse kerken en gemeenten een grote uitdaging om mensen van alle volken en natiën een thuis te bieden waar zij de genade van God en het heil en ontzag voor God mogen ervaren!"
|